ACM: terugleverkosten bij nieuwe contracten 10 procent hoger
Huishoudens met zonnepanelen die in maart 2025 een nieuw contract afsloten, betaalden zo'n 10 procent meer terugleverkosten dan een maand eerder, berekende de ACM. Bij 11 leveranciers was de terugleververgoeding na salderen netto negatief.
Dit artikel is langer dan een jaar niet bijgewerkt. Controleer bedragen en regels bij de bronnen hieronder.

Wat meldde de ACM?
In haar maandelijkse energiemonitor van 13 maart 2025 meldde de ACM dat de terugleverkosten bij nieuwe contracten in een maand tijd met ongeveer 10 procent waren gestegen. Ook vaste contracten voor stroom en gas werden 0 tot 2,5 procent duurder; variabele contracten bleven ongeveer gelijk. De gasprijs op de groothandelsmarkt schommelde sterk: na een piek begin februari van € 58 per MWh zakte die naar € 42 per MWh.
Netto negatieve vergoeding
Opvallend was dat 11 leveranciers een netto negatieve terugleververgoeding hanteerden voor klanten die op jaarbasis meer terugleveren dan ze verbruiken. Dat betekent dat de vergoeding per kWh voor het overschot lager was dan de terugleverkosten per kWh. Volgens de ACM is dat niet verboden, zolang het totale tarief niet onredelijk wordt.
Onderzoek aangekondigd
De ACM kondigde een onderzoek aan naar de manier waarop leveranciers de kosten van zonnepanelen in hun tarieven verwerken. Onder de toen geldende wet moest de ACM naar het totale tarief kijken, niet naar losse onderdelen. De toezichthouder riep consumenten bovendien op contracten die doorlopen na 1 januari 2027 goed te vergelijken. Volgens Milieu Centraal verdienen zonnepanelen zich binnen hun levensduur van zo'n 25 jaar nog steeds terug.
Wat is een netto negatieve terugleververgoeding?
Tot 2027 werkt het voor zonnepaneelbezitters zo: eerst wordt alle teruggeleverde stroom weggestreept tegen het verbruik. Alleen wat daarna overblijft, het overschot, krijgt een terugleververgoeding. Daarnaast rekenen veel leveranciers terugleverkosten. Als de vergoeding per kWh voor het overschot lager is dan de terugleverkosten per kWh, levert elke extra kWh netto geld op voor de leverancier in plaats van voor de klant. Dat noemt de ACM een netto negatieve terugleververgoeding.
Rekenvoorbeeld
Stel: een huishouden heeft na salderen een overschot van 1.000 kWh. De leverancier betaalt € 0,05 per kWh vergoeding, maar rekent € 0,07 per kWh terugleverkosten. Dan krijgt het huishouden € 50 vergoeding en betaalt het € 70 kosten: netto € 20 verlies op dat overschot. Dit is een fictief voorbeeld ter illustratie, geen tarief van een bestaande leverancier.
Hoe meet de ACM dit?
Energieleveranciers zijn verplicht iedere maand de tarieven van al hun aangeboden contracten aan de ACM door te geven. De ACM publiceert die in de Monitor Consumentenmarkt Energie. Daardoor kan de toezichthouder snel zien hoe tarieven zich ontwikkelen, ook voor onderdelen als terugleverkosten.
Toezicht op het totaal
In maart 2025 kon de ACM volgens de toen geldende wet alleen beoordelen of het totale tarief redelijk was, niet de losse onderdelen. Ook na 1 januari 2027 wil de ACM handhaven op redelijke tarieven en ze was daarover in overleg met het ministerie van Klimaat en Groene Groei.
Wat kun je doen?
- Kijk op je jaarafrekening hoeveel je teruglevert en hoeveel daarvan een overschot is.
- Vergelijk de terugleverkosten per kWh met de vergoeding per kWh.
- Gebruik meer zonnestroom zelf, bijvoorbeeld door apparaten overdag te laten draaien.
- Weeg bij een contract dat na 1 januari 2027 doorloopt goed af wat er na het einde van salderen gebeurt.
Zelf verder rekenen
Wil je de impact op je eigen situatie nalopen? Gebruik de rekenhulpen op deze site: de energierekening-calculator, de pagina over dynamische stroomprijs, de terugverdientijd van zonnepanelen, hoeveel zonnepanelen je nodig hebt, de thuisbatterij-rekenhulp en energie besparen berekenen. Vul je eigen verbruik, tarieven en aannames in. De uitkomst is een schatting op basis van openbare tarieven en jouw invoer, geen persoonlijk advies van een energieleverancier.
Bronnen
Hoe we bronnen kiezen en controleren lees je in de bronverantwoording en het redactiebeleid.


